Fundamentalisten zijn niet altijd jongens met een baard. 'Radicalisering kun je vergelijken met een verkoudheid", zegt Ragaiy Sinout, adviseur bij Osmose op het gebied van islamitisch fundamentalisme. "Het is geen natuurlijk verschijnsel.
Als je merkt dat iemand verkouden is, zeg je dat en bied je hem een pilletje aan om beter te worden. Je zegt ook dat hij de volgende keer beter een sjaal om kan doen. Dat gaat ook zo bij radicale jongeren. Iemand moet hen durven aanspreken, een pilletje en preventief advies geven."
Dat preventieve pilletje probeert multicultureel adviesbureau Osmose gemeenten, scholen en jongerenwerkers te geven door middel van een training, zodat ze radicalisering kunnen aanpakken en het liefst voorkomen. Onder radicalisering verstaat Osmose dat mensen extreme, discriminerende opvattingen hebben.
"De opvatting dat buitenlanders wel oké zijn, maar niet in Nederland thuishoren, is daar een voorbeeld van", zegt Valerie van den Eertwegh, net als Sinout een van de bedenkers van de training. "We willen ervoor zorgen dat er in een wijk een integrale aanpak komt. Scholen, jongerenwerkers en wijkagenten werken nu nog te vaak langs elkaar heen of proberen problemen zelf op te lossen."
Tijdens de training laten Van den Eertwegh en Sinout zien hoe je beginnend radicalisme kunt signaleren. "Bij autochtone leerlingen kan het dragen van een T-shirt met 88 erop wijzen op extremisme", zegt Van den Eertwegh. "88 staat als achtste letter van het alfabet voor HH oftewel Heil Hitler. Toch moet je ook meelopers kunnen onderscheiden, bijvoorbeeld door heel open te vragen of de jongere weet wat het symbool betekent. Nalopers weten dat vaak niet. En als hij het wel vertelt, leer je waarom hij zich zo gedraagt."
Volgens Van den Eertwegh is contact met deze jongeren belangrijk. "Radicaal gedrag komt voort uit onmacht. Je wilt de beweegredenen begrijpen om daar vervolgens iets aan te doen. Let wel, dat is niet hetzelfde als hun gedrag accepteren. Maar je bereikt niets als je zegt: doe dat T-shirt meteen uit. Daarom werkt het gedrag van Geert Wilders ook averechts op allochtonen en wekt hij alleen weerstand op."
Bij allochtone jongeren is het vaak moeilijker om te zien wie de verkeerde kant op gaat. "Als zij radicaliseren, trekken ze zich juist terug", zegt Sinout. "Een jongeman die plotseling een baard laat staan, veroorzaakt paniek in de buurt. Maar het kan best zo zijn dat hij alleen wil provoceren en de echt gevaarlijke jongen met het gladgeschoren gezicht drie schoolbanken verder zit."
Jongerenwerkers en wijkagenten die de radicalisering van allochtonen willen tegengaan, moeten niet op een Nederlandse manier te werk gaan. Sinout: "Nederlanders zijn heel direct en spreken de jongeren meteen aan. Ze houden er geen rekening mee dat allochtonen op een andere manier met elkaar communiceren. Het is belangrijk om hen te benaderen via personen die invloed hebben in de gemeenschap. Dat zijn niet altijd imams of mensen die zichtbaar zijn in de moskee. Wij kunnen helpen om die mensen te vinden."
- De helpdesk is bereikbaar via 026-3523420.