Zodra meer dan de helft van buurtbewoners uit minderheden bestaat, hebben autochtonen de neiging zich in hun eigen kring terug te trekken. Ook als er in een relatief korte periode veel allochtonen in de buurt komen wonen, wordt dat door autochtonen als bedreigend ervaren en staan ze minder open voor onderling contact.
Voor allochtonen geldt eveneens dat ze erg gericht zijn op mensen van hun eigen groep. Vooral Turken gaan om met mede-Turken. 70 procent van hen zegt vooral vriendschappen te onderhouden met mensen uit de eigen groep. Bij Marokkanen geldt dit voor 60 procent. Juist omdat ze veel bij elkaar in wijken wonen, trekken ze naar elkaar toe. Surinamers, Antillianen en vluchtelingen Somaliërs uitgezonderd houden er veel gemengdere sociale contacten op na. Bij hen is het aantal mensen dat alleen op de eigen groep is gefocust juist in de minderheid.
Gevraagd naar eigenschappen als gezellig, beleefd, gastvrij en netjes oordelen autochtone Nederlanders betrekkelijk positief over allochtonen. Wel krijgen Marokkanen een negatiever oordeeel dan Turken en Surinamers. Turken zijn weer het negatiefst in hun oordeel over autochtonen.
Volgens de onderzoekers is de kans groot dat de onderlinge contacten in de toekomst alleen nog maar verder afnemen door de toenemende concentratie van allochtonen in steden.