Goed, de ondernemer in Lunteren wil het wel proberen met de magazijnmedewerker van Turkse komaf. Een paar weken vol stevige taalproblemen, te laat komen en een trip naar Turkije later is zijn conclusie glashelder: nooit meer een allochtone medewerker.
Goed, de Marokkaanse jongere belt ter plekke met zijn beoogde werknemer. De medewerkster van het Centrum voor Werk en Inkomen luistert mee. Zij weet dat het bedrijf een baan beschikbaar heeft. Maar nu die vraag van een allochtoon komt, hebben ze ineens niemand meer nodig. Het is bepaald behelpen tussen allochtone jongeren en de werkgevers in De Vallei.
De Marokkaanse Vereniging in Ede zette het onderwerp op de politieke agenda in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Onze jeugd komt niet aan de bak, luidt hun stelling. Scholen erkennen het probleem. Het ROC A12 wil dat er meer aandacht voor komt. Maar de jeugd zelf is minder enthousiast als het op praten aankomt. De regionale mbo-school slaagt er na een volle week niet in om met een kandidaat te komen die iets wil zeggen over zijn zoektocht naar een baan. Annet Roelofs, een van de drie jongerenadviseurs bij het Centrum voor Werk en Inkomen Ede-Wageningen, zit precies tussen beide partijen in. Ze moet sleuren en trekken om matig gemotiveerde tieners zover te krijgen dat ze zich netjes aan de werktijden houden. Onlangs nog haalde ze voor een banenactie alles uit de kast. De opkomst na een brief, veel inzet en een sms-actie was behoorlijk, maar: "De allochtone jongeren lieten het afweten." Tegelijk maakt ze zich sterk voor goedwillende, getalenteerde jongeren die vanwege een 'verdachte' achternaam buiten de boot vallen. Want dat komt echt voor.
De allochtone jeugd heeft een slecht imago. Roelofs wijt dat aan de weinig charmante manier waarop de groepen in het verleden in het nieuws zijn gekomen. Maar er zijn nog meer redenen waarom deze groep moeizaam aan de bak komt. Zo hebben allochtonen andere gewoonten, ook in het werk. Ze gaan anders om met zaken als werktijden, werktempo en vakanties. De werkgevers op hun beurt zijn verwend met de relatief goede arbeidsmoraal in de regio.
Ook het traditionele karakter van De Vallei speelt mee in de keuze van personeel. Slecht Nederlands spreken werkt dan niet mee om een baan te vinden. Maar met name de hoofddoek, onmisbaar kledingstuk van moslimvrouwen, is een heet hangijzer. En zeker waar het gaat om een 'representatieve' functie. Wirner van Aanholt van de Veense supermarkt Super de Boer is er duidelijk over: een caissière met hoofddoek wordt niet gewaardeerd in een traditionele gemeenschap als Veenendaal. Concurrent Albert Heijn heeft een doek in bedrijfskleuren ontwikkeld om het probleem te omzeilen. In de praktijk is de hoofddoek een zeldzaamheid in de regionale detailhandel. In de zorg vormt de christelijk-confessionele invloed volgens CWI-medewerkster Roelofs nog een drempel.
Tot op schoonmaakfuncties wordt van personeel gevraagd dat ze de christelijke normen en waarden onderschrijven. Roelofs: "Christelijk poetsen noem ik dat." Bij Opella, een grote protestants-christelijke zorginstelling in Ede, wordt volgens een medewerker van de afdeling personeelszaken 'respect' voor de identiteit verwacht. De instelling betrekt z'n meeste personeel via een interne opleiding in nauwe samenwerking met het ROC. Alain van de Haar, regiomanager bij de Kamer van Koophandel, denkt dat vraag en aanbod van werk in de Vallei-regio sowieso onvoldoende op elkaar aansluiten. Het 'allochtonen-probleem' is daarvan een belangrijk onderdeel, erkent hij. De kwestie lost zich in zijn ogen de komende jaren vanzelf op. "We hebben binnen nu en een paar jaar gegarandeerd een tekort aan arbeidskrachten. Op dat moment zullen we iedereen die kan werken, hard nodig hebben."