Osmose Verkiezingsdebat 2 november 2006
Integratiedebat zonder 'nieuwe politiek'

Tekst: Ivan Wecke
Foto's: Igor van der Vlist
Sinds de opkomst van Fortuyn zijn er, zoals het cliché luidt, taboes doorbroken en hebben politici zich gestort op het integratiedebat. De hysterie lijkt inmiddels te zijn afgenomen. Toch zullen de meeste politici, indien gevraagd, zeggen dat het een issue zou moeten zijn. Het blijft bovendien, ongeacht politieke kleur, een gevoelig onderwerp. Politici zijn gedwongen hun weg te zoeken door het moeras van wij en zij, van allochtoon en autochtoon, westers en niet-westers.
Wat is de stand van zaken op dit moment? In de aanloop naar de verkiezingen wordt de politieke rekening opgemaakt en kunnen partijen aangeven welke plannen ze hebben voor de toekomst. Drie politici van uiteenlopende achtergrond gingen, aangestuurd door gespreksleider Piet Hein Peeters, op donderdagavond 2 november in Lux te Nijmegen het debat aan. Mirjam Sterk van het CDA, Jeroen Dijsselbloem van de PvdA en Naïma Azough van GroenLinks hadden de taak om hun visie op integratie duidelijk te maken.
Géén NL
Een debat staat of valt - per definitie - bij de aanwezigheid van verschillende standpunten. Kort voor aanvang laat de vertegenwoordiger van één van de vier uitgenodigde partijen echter weten niet te kunnen komen. Ronald Sörensen, zelf de vervanger van lijsttrekker Marco Pastors, zegt af. Deze afzegging heeft uiteraard gevolgen voor de overgebleven debaters. Nu is Mirjam Sterk ineens de verpersoonlijking van de rechterzijde van het politieke spectrum.
Allereerst komen Sterk en Azough tegenover elkaar te staan over het onderwerp inburgering, vervolgens discussiëren Dijsselbloem en Azough over werkgelegenheid en onderwijs. Tot slot kruisen Sterk en Dijsselbloem de degens over segregatie.
Inburgering
De spits wordt afgebeten door Mirjam Sterk en Naïma Azough. Zoals verwacht verdedigt Sterk het regeringsbeleid van de afgelopen jaren, waarbij haar partij zo'n grote rol speelde. Zij benadrukt het gebrek aan verantwoordelijkheid van burgers, om de mislukkingen binnen het integratiebeleid te verklaren. "Vrouwen die thuis zitten met hun Nederlandse paspoort, maar de taal niet beheersen moeten verplicht op cursus," is haar openingsboodschap. Van GroenLinks-politica Azough was op haar beurt een aanval op deze 'eigen verantwoordelijkheid'-gedachte van het kabinet te verwachten. Die kwam dan ook.

Mirjam Sterk (CDA)
De overeenstemming tussen de politici houdt op bij de constatering dat de kwaliteit van de inburgeringscursussen momenteel ondermaats is. Azough: "Zo'n cursus is, mits veel beter opgezet, een basis, maar er moet ook worden gekeken naar onderwijs, segregatie et cetera. Als instrument is het overgewaardeerd". Haar belangrijkste bezwaar is de selectiviteit waarmee de regering de cursus wil inzetten. Azough, steeds feller: "Ik ben vóór inburgering, maar tégen de mythe van 'het harde aanpakken omdat inburgering mislukt is' én tegen de verziekte sfeer door deze harde aanpak." Het CDA gaat daarin volgens haar niet vrijuit: "Verdonk krijgt veel shit over zich heen; en terecht. Maar in de Kamer vond het CDA het blijkbaar fijn zich achter de brede rug van Verdonk te verschuilen."
Omdat er veel wachtlijsten voor inburgeringscursussen zijn, wil Peeters weten hoe Sterk haar beleid voor zich ziet. Sterk: "Voor oudkomers zijn er inderdaad wachtlijsten, maar dat heeft vooral te maken met de monopoliepositie van de ROC's. De gecertificeerde marktwerking, die door ons is ingevoerd, zal dit probleem te zijner tijd oplossen." Azough is echter verre van overtuigd dat marktwerking op dit gebied het toverwoord is. "Er had meer geld geïnvesteerd moeten worden in inburgering," zegt zij. Waarop Sterk antwoordt dat een eigen bijdrage voor de cursus juist goed is, omdat men het dan als meer waardevol ervaart.
Naïma Azough (GroenLinks)
Dijsselbloem geeft ter afsluiting zijn visie op dit onderwerp: "Het 'Deltaplan' van de PvdA op dit gebied is bedoeld om de stilstand te doorbreken. Een verplichting is goed om achter de hand te hebben voor gevallen, zoals die genoemd zijn door de commissie PaVEM. Maar met een plicht alleen ben je er natuurlijk niet."
Werkgelegenheid en onderwijs
Bij de discussie over werkgelegenheid en onderwijs staan GroenLinks en PvdA tegenover elkaar. Op de vraag wat deze partijen hierbij belangrijk vinden, klinken in hoofdlijnen dezelfde geluiden. Beiden willen meer aandacht voor jongeren die zonder diploma van school gaan en hebben kritiek op de rol van werkgevers bij achternaamdiscriminatie, stageproblemen et cetera. Dat GroenLinks in dit debat geen spannende tegenstander is realiseert Dijsselbloem zich: "Ik had liever Marco Pastoors tegenover mij gehad."

Jeroen Dijsselbloem (PvdA)
"Wat zijn dan de verschillen?" wil Peeters weten. Dijsselbloem vindt dat de PvdA jongeren minder in de slachtofferrol plaatst: "Jongeren moeten geen seconde langs de lijn blijven staan." Azough antwoordt: "Op dit punt is GroenLinks meer een emancipatiepartij dan de PvdA." Zij vervolgt: "De vraag naar echte arbeid moet gestimuleerd worden: dus geen 'inklapstoelbaantjes' meer." Dijsselbloem voelt zich aangesproken: "De Melkertbanen waren goed, ook voor jongeren. Een tijdelijke baan is nog altijd beter dan geen baan."
Deze kortstondige onenigheid wordt gevolgd door overeenstemming over een hardere aanpak van racisme. Dijsselbloem: "We moeten racisme onderkennen, afkeuren en foute werkgevers direct juridisch aanpakken. Dat gebeurt nu nog veel te weinig." Ook Sterk vindt dat meer zaken voor de rechter moeten komen. Toch wordt volgens haar teveel over discriminatie gezeurd: "Soms maken jongeren gewoon de verkeerde keuzes, of zijn er problemen met het taalniveau." Azough vindt dit typerend voor de houding van de regeringspartijen: "Juist door het bagatelliseren van discriminatie krijg je extreme reacties. Dat hoger opgeleiden ook problemen hebben met stageplekken geeft aan dat er meer aan de hand is."
Segregatie
De laatste debatronde gaat tussen PvdA en CDA. Dijsselbloem reageert op Peeters die hem vraagt waarom de PvdA tegen segregatie is: "Er is in Nederland steeds minder contact met elkaar door een voortschrijdend proces langs economische, etnische, religieuze en culturele lijnen. Dit uit zich in vooroordelen, discriminatie, oplopende spanningen et cetera. Het is belangrijk dat mensen over deze grenzen heen kijken." Ook Sterk laat haar instemming blijken: "Ja en amen".
Hoewel de PvdA meer geld wil besteden aan herstructurering van de wijken, vinden beide partijen herstructurering een goed plan. Zoekend naar onenigheid vraagt Peeters: "Hoe moeten we dit gaan aanpakken?" Ook nu benadrukt Sterk de rol die burgers zelf zouden moeten spelen: "Dit is iets van de lange adem. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bovendien niet alleen bij de overheid, maar ook bij de woningcorporaties en bij particulieren."
Uiteindelijk lijkt er een strijdpunt gevonden op het gebied van de segregatie tussen 'zwarte' en 'witte' scholen. "De uitdaging is om de onderwijswethouder bevoegd te maken om schoolbesturen tot de orde te roepen," aldus Dijsselbloem. Later voegt Azough zich bij dit standpunt: "Scholen moeten hun identiteit niet misbruiken om bepaalde kinderen buiten te sluiten. Schoolbesturen nemen niet altijd hun verantwoordelijkheid."
Voor het CDA is aanpak van het bijzonder onderwijs echter een no-go area. "De keuzevrijheid voor ouders vind ik belangrijk," zegt Sterk. Waarop Dijsselbloem reageert: "Daarmee dek je de schoolbesturen af. De identiteit van de scholen is in mijn ogen niet belangrijker dan het segregatieprobleem." Peeters ruikt bloed: "Dus als er een coalitie PvdA-CDA komt, wordt segregatie in het onderwijs niet aangepakt?" Dijsselbloem: "Bij de scholen die niet meewerken, móet de politiek ingrijpen." In tegenstelling tot haar positie over inburgeringscursussen, ontpopt Sterk zich nu als hartstochtelijk voorstander van keuzevrijheid: "Nee, geen dwang!"

Piet-Hein Peeters (Lux)
Stemmers overtuigd?
Met een vertegenwoordiger van EénNL was het er ongetwijfeld heftiger aan toegegaan. De rode draad van Sterk is laissez-faire (met de slaagverplichting als uitzondering). Haar linkse tegenstanders beloven juist meer geld voor integratieproblemen. Een korte inventarisatie van Peeters aan het eind van de avond leert echter dat de deelnemers aan het debat de zwevende kiezers uit het publiek nog niet hebben kunnen overtuigen.

publiek (al dan niet zwevend) in Lux
Reacties
Mirjam Sterk is zichzelf bewust van haar exotische politieke achtergrond in het 'Havana aan de Waal': "Tough crowd, linkse zaal," is de bondige constatering. Maar los van de specifiek Nijmeegse omgeving vindt zij het lastig om een kritisch standpunt in te nemen tegenover de zogenoemde slachtofferrol. "Als je mensen wijst op hun eigen verantwoordelijkheid, word je snel als harteloos gezien. Dat is bij dit soort debatten over integratie een moeilijke positie om in te nemen."
Soheila Najand van Stichting Interart heeft vooral kritiek op de vooronderstellingen van het debat. "Het grote probleem met het integratiedebat is het denken in hokjes en ook bij dit debat bleven de debaters binnen die hokjes met hun argumentatie." Tijdens het debat tussen Azough en Sterk wijst zij op het gevaar van bekrompen denken over dit onderwerp. "Veel van de problemen die vanavond ter sprake kwamen, komen net zo goed voor bij 'autochtone' Nederlanders en moeten daarom ook breder bekeken worden. De oplossing van deze problematiek ligt juist bij het overstijgen van die hokjesgeest. Het moet gaan om nieuw cultureel burgerschap, dat oude én nieuwe Nederlanders de mogelijkheden geeft om in Nederland fatsoenlijk te kunnen functioneren en - simpelweg - gelukkig te zijn."